De heropening lijkt me het uitgelezen moment voor een naamswijziging. Ik stel voor: Gemeentemuseum.
De heropening lijkt me het uitgelezen moment voor een naamswijziging. Ik stel voor: Gemeentemuseum.
een levendig inzicht in de denkhouding van de 18de eeuw des te meer.
Deze bespreking verscheen in iets kortere vorm ook in het februari-nummer van Filosofie Magazine.
vooral interessant omdat het laat zien dat ook de godsdienstkritische traditie haar dwaalwegen kent. Het is in zijn rationalisme niet minder fundamentalistisch dan het christendom dat het bekritiseert en herhaalt er de naΓ―viteit van. Voor het huidige godsdienstdebat heeft het geen betekenis; voor
relatie kunt onderhouden. Paine mag iemand die βzal leven alsof er geen God wasβ dan nog zo hard βenkel een dwaasβ noemen, zijn eigen onbegrip voor wat religie eigenlijk wil zijn β geen kosmologie maar een levenspraktijk β bestemt zijn deΓ―sme zelf tot een dergelijke dwaasheid voor.
Paines pamflet is
Bijbelkritiek en exegese de problemen in de heilige teksten op een geleerdere wijze aanpakken. En anderzijds zou het Darwinisme zware slagen toebrengen aan diens geloof in de goedheid van de natuur.
Belangrijker was echter de vraag wat je hebt aan een deΓ―stische God met wie je geen persoonlijke
werkelijk leren ontdekken. Ook dat was niet nieuw; we danken er zelfs de al in de Middeleeuwen ontluikende wetenschap aan. Sindsdien kent het christendom een traditie van twee openbaringen.
Het deΓ―sme dat Paine verdedigt heeft geen lang leven gekend. In de 19de eeuw zouden de historische
te gaan naar hun oorspronkelijke betekenis β maar dan zonder kennis van de talen waarin die boeken geschreven werden en waarvan hij de bestudering βniet meer van deze tijdβ vindt. Des te belangrijker is voor hem het lezen van het Boek van de Natuur, waarin we de goedheid van de Schepper pas
Testament werden geacht door de liefdesboodschap van het Evangelie te zijn gecorrigeerd. Kritiek op de corrupte overlevering van de Bijbeltekst had Erasmus tot zijn baanbrekende uitgaven van de heilige boeken gebracht.
Paine doet dat laatste nog eens dunnetjes over door in de Bijbelwoorden op zoek
leugens kan geen serieuze gids voor het (geloofs)leven zijn, aldus Paine.
Die kritiek was niet nieuw. Rond 1100 had Abaelardus in zijn boek βSic et nonβ al een hele reeks tegenstrijdigheden in de Bijbel geΓ―nventariseerd, compleet met regels om die te interpreteren. Gruwelijkheden in het Oude
als de Bijbel. De Engels-Amerikaanse publicist Thomas Paine maakte zich er aan het eind van de 18de eeuw een bevlogen woordvoerder van. Hij doet dat Het tijdperk van de rede vooral door de Bijbel tot op de grond toe af te breken. Een boek dat zo vol staat van wreedheden, contradicties en regelrechte
#FLITSRECENSIE #336
Th. Paine: Het tijdperk van de rede. Vert.: K. Dβhuyvetters. Uitg. Damon, 256 blz.
DeΓ―sme is een levensovertuiging tussen godsgeloof en atheΓ―sme in. God bestaat wel, want waar kwam anders de wereld vandaan? Maar hij laat zich alleen kennen in de schepping, niet in openbaringen
Waarom nog nieuwsberichten wijden aan wat deze man allemaal roept? Over een half uur kwaakt hij weer iets anders. Eerst het echte nieuws. Een vermelding in de laatste alinea is daarna meer dan genoeg.
Rubio: βLet me tell you, Iran is run by lunatics, religious fanatic lunatics.β
Strong stuff
Roept vage herinneringen op aan - wie waren het ook weer? Moedjahedien - later bekend als Taliban?
Wie zei ook weer dat wie zijn geschiedenis niet kent gedoemd is die te herhalen?
FT comments section this morning - saying what everyone else is thinking, right?
Just in: Emmanuel Macron has called Pedro SΓ‘nchez to "express France's European solidarity in response to the recent threats of economic coercion, of which Spain was the target yesterday," says l'ΓlysΓ©e.
Valley, in het bijzonder de sinistere Peter Thiel, naast wie zelfs Donald Trump vervaarlijk βwokeβ lijkt af te steken. Van het soort wijsbegeerte zoals dat in βGod, techniek en alwetendheidβ beoefend wordt moeten we het, kortom, niet hebben. Zelfs de God der filosofen draait zich om in zijn graf.
ook een alomvattend bewustzijn zou vormen, tot de misvatting dat men iemands herseninhoud zou kunnen opslaan in een computerbestand en de betreffende persoon daarmee onsterfelijk zou hebben gemaakt.
Ongemakkelijk wordt het bovendien wanneer Kacem instemmend verwijst naar de ideologen van Silicon
al snel tureluurs. Achter Kacems amalgaam van filosofisch jargon en science-fictionfantasie lijken zich enkele tamelijk naΓ―eve gedachten te verschuilen, die niettemin essentieel zijn voor zijn perspectief. Dat reikt van de idee dat een geheugenbestand dat het totaal van alle mogelijk feiten omvat
waarvan de diepgang als gevolg van verregaande onnavolgbaarheid moeilijk te peilen is. Op cruciale momenten wordt de lezer naar de niet aflatende stroom publicaties, van romans tot vuistdikke verhandelingen, van Kacem zelf verwezen.
Wie probeert wijs te worden uit die woordenstroom, eindigt echter
daarin geslaagd, zo mogen we opmaken uit het voorwoord van vertaler Pieter Lemmens. Inderdaad weet Kacem zijn vertoog met een zekere brille te illustreren met voorbeelden uit film, literatuur en zelfs de meest recente cartoons. Dat gaat gepaard met een breed vertoon van filosofische eruditie,
nog altijd in sluitende systemen gelooft. Maar ook dan slaat de wanhoop bij het lezen van dit essay snel toe. Kacem stapelt idee op idee, auteur op auteur, van Teilhard de Chardin tot Gilles Deleuze, en doet dat met een flux de bouche die via overdondering bijval zoekt.
Kennelijk is hij in Frankrijk
scheppingskracht dan om een onuitputtelijk computergeheugen.
Schieten we dus iets op met Kacems conclusie? In religieus opzicht in ieder geval niet. Tot een oneindig computergeheugen kun je niet bidden, laats staan dat je erdoor getroost wordt. Filosofisch heeft zijn gedachte misschien zin, voor wie
cybernetische techniek is hard op weg alwetend te worden, zo schrijft hij, en zal daarmee binnen afzienbare tijd datgene incarneren wat van oudsher βGodβ genoemd wordt.
Die formulering is niet nieuw. Thomas van Aquino gebruikte haar al, zij het dat het bij hem eerder ging om oneindigheid en
zo. Tot de eerste God richten we het gebed, met de tweede God sluiten we ons wijsgerig systeem. De eerste is existentieel, de tweede theoretisch.
Dat de Tunesisch-Franse filosoof Mehdi Belhaj Kacem in zijn essay βGod, techniek en alwetendheidβ die tweede op het oog heeft blijkt al uit de titel. De
#Flitsrecensie #335
M. B. Kacem: God, techniek en alwetendheid. Vert. P. Lemmens. Uitg. Ten Have, 159 blz.
Er is de God van Abraham, Izaak en Jakob; en er is de God van filosofen en geleerden. Die twee moeten niet worden verward, schreef Pascal al halverwege de zeventiende eeuw. Dat is nog steeds
Allemaal best. Zolang het museum maar terugkomt op de uitsluitend Engelse ondertiteling van de filmfragmenten op de exposities. Een klap in het gezicht van de Nederlandse filmliefhebber: 'U doet er niet toe. Ons interesseren de toeristen'....
Eerdaags benoemt Trump zijn paard tot senator. Is al eens eerder gedaan, tenslotte.